Abre los ojos – abre los ojos – abre los ojos

Het is ruim twintig jaar geleden dat ik de film van Alejandro Amenábar zag, en nog krijg ik soms rillingen bij de echo van die stem: Abre los ojos, abre los ojos – doe je ogen open. Momenten in het leven kunnen dat effect hebben op mij, een doordringende uitnodiging om de ogen te openen. Wakker te worden uit een droom. Uit een illusie. Uit een nachtmerrie.

Zo ook vandaag. Ik vertelde onlangs al over een recente ontmoeting, die nogal wat golven van inzicht in mijn leven brengt. Wel, ze blijven komen, die golven. Zo maakte ik een avond familie-opstellingen mee, die het thema weer in volle luister naar boven bracht. En ik had niet eens een vraag opgesteld.

Na afloop van die opstellingsavond vroeg ik mij af hoe ik zelf omga met verbinding in mijn leven, en of ik een patroon kon ontdekken in de schipbreuken van het afgelopen jaar. Twee pogingen tot relatie in 2017 die kort samen te vatten zijn als een als-mijn-tante-wieltjes-had verhaal. Er is wel verbinding, maar geen respect. Of er is respect, maar geen verbinding. Vanuit het principe “zo binnen, zo buiten” wou ik ontdekken van welk innerlijk patroon die schipbreuken dan wel de reflectie waren?

Vanochtend nam ik de vraag mee op mijn dagelijkse wandeling. Ik leg die dan voor aan de majestueuze beukenrij, en het antwoord laat zelden op zich wachten. Of dat iets met die beuken te maken heeft, ik zou het niet weten. Of misschien toch: ze brengen een stemming en maken het mij mogelijk om mijzelf nabij te zijn, en dat schept ruimte voor inzichten. Het ligt dus aan de beuken… Hoe dan ook, het inzicht kwam binnen als een mokerslag. Abre los ojos, fluisterden de beuken als het ware.

Het zit zo, voor zover ik nu met open ogen kan zien: oorspronkelijk had ik als kind, net als elk kind, behoefte aan respectvolle verbinding. Maar die was er niet, of althans, ik ervoer die niet. Dat “trauma” heeft mij genoopt om een oplossing te zoeken, waardoor ik de behoefte aan respectvolle verbinding in mijzelf opgesplitst heb. Ik functioneerde van dan af in een modus waarin ik of behoefte aan verbinding kon hebben, of behoefte aan respect. Die respectvolle verbinding, die was afgeschreven.

Dat vertaalde zich in talloze “relaties” die mank liepen (en niet noodzakelijk alleen intieme relaties, maar in die context is het wel het meest uitgesproken). Sommige relaties stonden in het teken van verbinding, en daar was het respect vaak ver te zoeken. Dat geeft (co-)dependentie. Een afhankelijkheid die wurgt, die alle energie opslorpt, die verzwakt, die mij vervreemdt van wie ik ben. Belastende “relaties” dus. In extreme gevallen: stalken, ongewenste nabijheid, pesten. Omdat ik onbewust vanuit mijzelf de behoefte aan verbinding boven de behoefte aan respect plaatste.

Andere relaties stonden dan weer volop in het teken van respect. Maar dan zonder verbinding. Zakelijk. Koud. Afstandelijk. Of onmogelijk: met een onmetelijk respect voor de onvrijheid van de ander, die een commitment aan iemand anders had. Als ik nu terugblik, stel ik vast dat ik in die zakelijkheid, in die kilte eigenlijk al een afwijzing ervoer van wie ik ben. Maar ja, aangezien ik vanuit mezelf mijn behoefte aan verbinding in de kast gestopt had, kon dat ook niet anders.

Soms misten relaties ook de beide, zowel het respect als de verbinding. Dat is dan pure afwijzing.

Het patroon is niet zozeer dat die relaties in mijn leven opduiken. Iedereen zal dat wel eens tegenkomen, vermoed ik. Het patroon dat ik onderken, zit hem veeleer in het feit dat ik in dergelijke manklopende relaties ontzettend lang blijf staan. Op de voorgrond staat die gespleten ik, die of respect of verbinding zoekt. En die zich tevreden stelt met het een of het ander. Op de achtergrond zit een intussen mistig geworden herinnering aan die oorspronkelijke behoefte aan respectvolle verbinding, treurig om hetgeen zich op de voorgrond afspeelt. Het is zo’n vertrouwde modus geworden om mij met een halfslachtige ervaring tevreden te stellen, dat ik mijn werkelijke ervaring niet meer aan de fundamentele behoefte durf te toetsen.

En toch is het onhoudbaar. Na verloop van tijd treedt de ontkende behoefte vanuit de achtergrond met zoveel razernij naar de voorgrond, dat die vaak de relatie meedogenloos onderuithaalt. Daar zit zoveel kwaadheid en zoveel verdriet achter, dat ik zelf die uitbarstingen vrees. Tegelijk ben ik na zo’n uitbarsting een ton lichter. Vrijer. Opgeruimd. Weer mijzelf.

Soms sta ik zo dus veel te lang in een contact waar wel verbinding is, maar geen respect. Tot ik op al mijn strepen tegelijk ga staan. Soms sta ik veel te lang in een contact waar wel respect is, maar geen verbinding. Tot ik als een stampvoetende kleuter eis: hoor mij, zie mij, voel mij.

Dat is allemaal niet zo handig. Niet zo effectief ook. Want hetgeen ik uiteindelijk, ondanks alles, nog altijd in mijn leven het liefste koester, zijn voedende, respectvolle verbindingen. Die zijn er ook. Ik ben dus niet helemaal een hopeloos geval, sus ik mezelf dan :).

Maar goed, zeker op het vlak van intieme relaties, speelt dit patroon een ontzettend krachtige, destructieve rol. En dat mag nu wel eens afgelopen zijn.

Als ik het “zo binnen, zo buiten” principe in ere wil houden, komt het er dus op aan om dit verhaal in mijzelf te helen. Het begint bij bewustwording. Wel, dit stuk schrijven is een grote kleine stap in dat proces. Helder doorvoelen om te kunnen beschrijven, het is voor mij een zegen.

Ik zou ze wel in een opstelling willen zien staan, die twee: verbinding en respect. Die beide fundamentele waarden wil ik uitnodigen om elkaar weer te zien. Om alvast met elkaar een respectvolle verbinding aan te gaan. Vandaaruit kan ik dan ontdekken wat dit doet met mij, met mijn fundament in het leven. Ergens voel ik nu al dat het mij grondig verandert. Dat het een manier is om ook een respectvolle verbinding aan te gaan met mezelf. En dan… dan mogen de reflecties van dit oude patroon stilaan mijn leven uitwandelen, en plaats maken voor een nieuw tijdperk. Een tijdperk waarin ik nog meer facetten wil ontdekken van vertrouwen en een zuivere, liefdevol voedende relatie met mijzelf en met de ander.

Mijn ogen knipperen nog. Het licht is nog wat fel. Maar de echo is sterker dan de angst die dit onbekende terrein mij tegelijk ook inboezemt.

Abre los ojos… abre los ojos… abre los ojos. Het is én én, niet of of…

Foto ©Sofie Gheysens

 

 

Reacties zijn gesloten.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: