Een Tesla op de oprit

Geloof het of niet, maar er staat sinds kort een Tesla op mijn oprit. Voor mij is dat niet zomaar een chique auto: het is de enige wagen waarvan mijn hart sneller gaat kloppen. Alle andere auto’s zijn voor mij een rijdende doos met vier wielen, een vervoermiddel, een vernuftig hoopje mechanica, maar niet meer dan dat. Een Tesla, dat is een schoon masjien… En nu staat er zo een op mijn oprit. Voor een persoon die sober leeft, is het een schok, eigenlijk.

Voor wie zou vrezen dat ik de soberheid voor schaamteloos materialisme wil ruilen, wees gerust. Het is een beeld. “In het echt” staat mijn blauw C2tje trouw te wachten tot ik ergens heen wil. En ik zou het voor geen goud ter wereld ruilen. We hebben daarvoor al te veel kilometertjes gebold, samen.

Terug naar het beeld, dus. Het is enkele dagen geleden met volle kracht in mij opgekomen, en het is terug te voeren op een handvat uit coaching. De vraag is: zit je aan het stuur van je eigen wagen?

Laat mij vooreerst even de context schetsen. Relaties kun langsheen een continuüm plaatsen. Aan het ene uiteinde wil je altijd allebei hetzelfde, aan het andere wil je altijd allebei precies het tegenovergestelde van elkaar. In het midden ligt de Tao. In het midden ligt een punt waar je net genoeg hetzelfde wil om elkaar te ontmoeten, en net voldoende andere dingen wil om ruimte te behouden in de relatie.

De vraag rijst dan hoe je met de verschillen omgaat. Daar komt dat beeld van de auto op de proppen. Soms ga je te ver overhellen naar het volgen van de ander, en geef je dus het stuur uit handen. Je rijdt niet meer zelf met je auto. Je kiest niet meer waar je naartoe gaat. Je bent aan de willekeur van de ander overgeleverd.

Nu heb ik recent voor mezelf vastgesteld dat ik in een specifieke situatie eigenlijk de hele tijd op de passagiersstoel heb gezeten. Alwaar ik foeterde dat de auto niet vooruitging, de verkeerde kant uitging, te snel of te traag ging. Alwaar ik bij momenten ook mezelf wijsmaakte dat het toch een mooi uitzicht was, en dat het wel allemaal zou loslopen. Maar: de reis was in wezen niet zoals ik het wou.

Mijn impulsieve natuur heeft bij dit inzicht de koe bij de horens gevat, en heel duidelijk gesteld waar ik naartoe wou. Om het volgende moment vast te stellen dat ik met deze auto nergens zou geraken, omdat de chauffeur aan wie ik zoveel macht gegeven had, eenvoudigweg uitstapte. Daar wou hij namelijk helemaal niet naartoe.

Het was een koude douche. Ik heb even moeten bekomen. Daar zat ik dan, in een auto die niet zou bollen. Met het akelige besef dat er eigenlijk niet eens wielen aan zaten, of een motor. Een hopeloze onderneming. Vol ongeloof dat de chauffeur het afgetrapt was. Het was een tijdje oorverdovend stil, daar op de passagierszetel van het aftandse ding.

Uiteindelijk raapte ik al mijn moed bij elkaar, en stapte uit. Ik bekeek het onding nog eens goed, en besefte hoezeer ik mezelf in het ootje had genomen. En nu, dacht ik? Ik ging die avond slapen met de akelige vraag of het wel goed zou komen met mij, en hoe ik ooit in Paradijsegem zou geraken als ik niet eens een auto had met wielen en een motor? En een bloedend hart om het vertrek van de chauffeur, in wiens handen ik zoveel had gelegd. Redelijk wat zelfmedelijden, redelijk wat zelfverwijten. Goed wetende dat dit niet zou helpen, maar tegelijk vast van plan om al de pijn te voelen die door mij heen raasde. Om toch zeker nooit meer in het aftandse ding te stappen.

De volgende ochtend werd ik wakker, en ging zoals gewoonlijk een lange wandeling maken. Raad vragen aan de beuken. Ze brachten troost, maanden mij aan tot mededogen voor mezelf en de chauffeur. Toen mijn hart rustiger werd, gaven ze mij een tip: het is tijd om achter het stuur van je eigen auto te gaan zitten. En daar stond die dan: een Tesla.

Dat kan misschien een beetje zelfingenomen overkomen. Laat ik het verduidelijken: er is geen schoner masjien dan je eigen masjien. Voor mij hoort daar het beeld van een Tesla bij, zie hoger ;). De boodschap was: je hebt je eigen, bloedmooie masjien, en je bent klaar om ermee te rijden. Het is full option: de gps is ingesteld op een enkele bestemming, Paradijsegem. Je moet gewoon je handen op het stuur leggen. Het masjien wacht al 49 jaar dat je dit zou doen. En voordat je met bedenkingen afkomt: neen, het masjien verwijt je niet dat je er lang over hebt gedaan om ermee te rijden. Het heeft gewoon geduldig gewacht tot je klaar was, tot je het zag. En dat is nu.

Meer dan vijfentwintig jaar rijervaring heb ik, ongevalvrij. Maar dit is toch even wennen. Ik voel dat ik nog van alles moet leren. Het is innerlijk een ongelooflijk intens moment geweest om de deur open te doen, op de bestuurdersstoel te gaan zitten, en mijn handen op het stuur te leggen. Geruisloos spint de motor. Welkom. We zijn vertrokken. Het is nog onwennig. Maar het voelt eindeloos fijn.

Ik ben de chauffeur van het onding dankbaar. Hoeveel pijn er vandaag ook nog is omtrent het afscheid, ik zie ook al hoe belangrijk hij is geweest omdat ik hier zou geraken. In mijn beleving klopt zijn beslissing niet met de persoon voor wie ik hem ken. Maar dat is niets meer of niets minder dan mijn beleving. Het is wat het is, en niet anders. Er is jaren werk aan die auto, en alleen kan ik de klus niet klaren, heeft het ook geen zin om de klus te willen klaren.

Dan zit ik beter aan het stuur van mijn machtig mooi masjien. De reis mag lang duren, er mogen nog ontelbare bochten en tussenstops komen. En wellicht zal ik nog wel eens de handleiding erbij moeten halen als het masjien sputtert. Maar ik zit aan het stuur. En dat gevoel wil ik mij helemaal eigen maken.

 

 

Reacties zijn gesloten.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: