De schommel – la balançoire

In mijn tuin staat een majestueuze Amerikaanse eik, die het gras en de struiken als een natuurlijke parasol beschermen tegen de onverbiddelijke zon. Ondanks de aanhoudende warmte en de bijhorende droogte van de voorbije weken, is het gras nog relatief groen.

Rond een van de onderste takken van die boom hebben mijn kinderen enkele jaren geleden een touw gegooid om een schommel te maken. Een stronk, een stuk zwarte stof met rode stippel daarrond, de touwen goed vastgesjord. En schommelen maar.

De schommel hangt er nog steeds. De stof is lang niet meer zo zwart, de rode stippen zijn vervaagd. Het geheel heeft nu een groenachtig kleur. De schommel hangt dan ook in weer en wind buiten, dag in dat uit, week in weet uit, jaar in jaar uit.

Ik vind het rustgevend om hem zacht te zien wiegen in de wind. Het zonlicht dat door het gebladerte van de eik danst, besprenkelt hem met speelse stippen. Hij heeft tegelijk iets melancholisch en iets speels, blijvend en vergankelijk.

Schommelen deed als ik kind ontzettend graag. Er stond een schommel in de tuin bij mijn grootouders, en ik wist dat ik daar uren op kon zitten zonder dat iemand zich afvroeg wat ik aan het doen was. Ik kon er dagdromen, mijmeren, verhalen verzinnen en wolken jagen zoveel ik wou. Het gaf mij tegelijk ruimte en rust.

Schommelen naar stabiel evenwicht

Vandaag observeer ik de schommel. Dagdromend dwaal ik af naar inzichten en oefeningen van de voorbije weken in het zoeken naar balans. Een hele grote gedachtesprong? Ja en neen. In het Frans heet een schommel “une balançoire”: je schommelt, op zoek naar balans. Je zwiert van het ene extreme punt naar het andere, en daarbij kom je voorbij het punt van stabiel evenwicht. Het punt waar de schommel vanzelf zal stoppen, als je de beweging laat stilvallen.

Om naar de uitersten te gaan, heb je energie nodig. Benen vooruit zwaaien, achteruit, kracht geven in je armen. In het stabiele middelpunt blijven, vraagt geen energie. Oefenen in en zoeken naar balans: het komt mij inderdaad voor dat het in de eerste plaats vraagt dat je niet meer duwt en trekt, stopt met doen, en gewoon alles laat zijn. Het vraagt dat je de controle loslaat. Dat je kijkt wat er is, het ziet zoals het is, niets meer, en niets minder.

In de eerste plaats oefen ik mezelf in het observeren van het tegenovergestelde, namelijk hoe en wanneer ik energie investeer. Hoe en wanneer ik uit alle macht streef naar een of ander uiterste. Hoe en wanneer ik alles in de hand en onder controle wil houden. Enne… ik doe dat dus constant. Van het observeren alleen al werd ik de afgelopen weken soms doodmoe. Pfff, wat een gedoe. Daardoor ontstaat bij mij van nature een verlangen om alles eens op pauze te zetten en gewoon te observeren wat ik ervaar.

Het is zalig. Het is rustig. En het geeft mij onmiddellijk een ontzagwekkende voorraad energie.

Heel snel en onaangekondigd dient er zich alweer iets aan waar ik op reageer met “doen”, “onder controle krijgen”, “in de hand houden”.

En weer nodig ik mezelf uit om te observeren.

Het is best grappig. Het voelt alsof er twee “ikken” zijn: de “ik” die doet, en de “ik” die deze eerste “ik” observeert.

Balans op drie niveau’s

Stap voor stap ontdekte ik een onderscheid tussen drie verschillende vlakken waarop dit patroon zich toont:

  • het fysieke,
  • het emotionele, en
  • het mentale vlak.

Die verschillende niveau’s kunnen zich of alle drie in het rustgevende middelpunt bevinden, of ergens aan een van de uitersten, of onderweg tussen het een en het ander.

Opvallend daarbij is, dat mijn systeem als geheel van nature in balans wil zijn. Of dat is toch mijn indruk. Als ik bijvoorbeeld op het fysieke niveau sterk neig naar het ene extreem, dan zal het emotionele en/of het mentale naar het andere extreem uitslaan om te compenseren.

Ook in de tijd toont dit effect zich. Heb ik bijvoorbeeld gedurende een bepaalde tijd energie besteed aan het streven naar een extreem op het mentale niveau, dan compenseert mijn systeem dat door het andere extreem op te zoeken op het fysieke en/of emotionele niveau.

Kortom, ik heb de indruk dat mijn systeem ervoor probeert te zorgen dat de som van de drie dynamieken rond het nulpunt draait. En als dit nulpunt echt zoek is, gedurende een langere periode, dan bekruipt mij het gevoel dat ik pas echt uit balans ben.

Enkele voorbeelden kunnen dit misschien verduidelijken:

  • Ik heb een zittend beroep, dat ik ontzettend graag doe. Het mentale en emotionele niveau zijn hierbij in hun sas, maar het fysieke voelt zich verwaarloosd. Door te zorgen voor dagelijkse beweging (ochtendwandeling, desk bike) herstelt het evenwicht zich, en dat komt zowel mijn werkvreugde als mijn concentratie ten goede. Soms kan ik het niet opbrengen om te bewegen. Maar ik ben intussen werkelijk “verslaafd”. Twee dagen later, hooguit, eist mijn lijfje als het ware de nodige beweging;
  • als ik mij emotioneel niet in mijn sas voel, verwaarloos ik soms mijn voeding. Door bewust vanuit het mentale niveau die samenhang onder ogen te zien, kan ik mezelf motiveren om lekker én gezond te koken. Het helpt ook om dit met een vriend(in) te bespreken. En dat brengt mij zowel fysiek als emotioneel meer in balans;
  • in de zoektocht naar het juiste evenwicht in mijn intieme relatie, merk ik de sterkste extremen. Nu eens heeft het emotionele niveau de bovenhand, dan weer zwaait het fysieke niveau de plak, en op nog andere momenten beslist het mentale niveau dat het allemaal welletjes geweest is en dat het tijd is om alles logisch onder controle te brengen. Geen van die extremen werkt echt, voelt echt fijn aan.

Ik merk dus de sterkste effecten in de context van relaties, en persoonlijk schrijf ik dat toe aan de mate waarin mensen in het algemeen, en mijn geliefde in het bijzonder, mij raken. De spiegel, de trigger, noem het zoals je wil, zijn in deze context het meest uitdagend voor mij.

De observator ziet de onbalans, en neemt mij zacht bij de hand om het evenwicht te herstellen.

En het spirituele niveau dan?

Terwijl ik dit allemaal vaststel, komt een vraagteken bovendrijven. Immers, naast het fysieke, emotionele en mentale niveau, is er ook nog zoiets als het spirituele niveau. Waar is dat dan gebleven?

Als ik contact maak met momenten waarop ik mij echt “in balans” voel, dan verschijnt het spirituele als vanzelf. Het is alsof dat spirituele niveau zich kan manifesteren als het samenspel van fysieke, emotionele en mentale dynamieken op zijn best is. Dan verschijnt er een ontspannen glimlach bij de observator: “Zo, meisje, dat is het, way to go!”

Wie van de drie?

Je hoort of leest soms het advies: “Volg je hart.” En ook: “Als het goed voelt in je lichaam, zit het snor.” Of nog: “Als je het allemaal op een rijtje hebt in je hoofd, dan zit het goed.” Persoonlijk denk ik nu: geen van deze drie is compleet. Het is pas als je hoofd, je hart en je buik elk hun plek hebben op een mooie, gelijkzijdige driehoek, dat het werkelijk in de haak is. Misschien zou ik zelfs durven zeggen: dan volg je het pad van je ziel.

Ik ervaar dit alles als een ontzettend boeiende ontdekkingstocht. Terugblikkend op mijn levensreis zie ik dat er periodes zijn geweest waarin ik het ene dan wel het andere niveau zodanig onderdrukte, dat het mij vandaag niet verwondert dat het zich naderhand met volle kracht manifesteerde. Het gevoel dat ik stilaan meer “in balans ben”, heeft voor mij duidelijk te maken met het feit dat ik veel sneller doorheb wanneer het ene niveau het laken helemaal naar zich toetrekt, waardoor ik veel sneller ook de andere niveau’s hun plek kan teruggeven.

Middenin uitdagende situaties duik ik soms volledig onder. Ik vergeet de observator en trappel als een duvel in een wijwatervat om het hoofd boven water te houden. Tot er iets in mij fluistert: kijk, kijk gewoon wat er gebeurt. Zet een stap achteruit, installeer je in de stoel van de observator, en zie.

Ik ben dat deel van mij met zijn eindeloze mededogen en geduld bijzonder dankbaar, omdat het mij ook telkens toont dat er op zich niets mis is met “de onbalans”. Die zet namelijk alles telkens weer in beweging. Alleen zorgt bewust kijken als observator ervoor, dat ik mijn energie beter doseer. Dat ik vaker in balans ben. Dat ik mij gelukkiger voel. Dat ik de uitdagingen van het leven met open hart kan omhelzen, omdat ik weet: het rustige middelpunt is ergens in het oog van deze storm, en toont zich van zodra ik er klaar voor ben.

Die observator is als een majestueuze eik met drie stevige takken die elk een schommel dragen. Wat er ook gebeurt, vroeg of laat hangen ze alle drie op het punt van stabiel evenwicht zachtjes te wiegen in de bries, terwijl de zon ze doorheen het gebladerte besprenkelt met speelse stippen.

Een gedachte over “De schommel – la balançoire

Reacties zijn gesloten.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: