Soep of slaatje?

Voor mij is het sinds zaterdag Kerstvakantie. Ik had nog een aantal dagen verlof tegoed, dagen die ik graag opspaar om met de Jahrwende tijd voor mezelf en mijn familie te nemen. Omdat het afgelopen jaar een rollercoaster van jewelste is geweest, hunkerde ik de afgelopen weken meer dan de vorige jaren naar deze pauze. Er is heel wat rommel blijven slingeren in mijn innerlijke herberg. Ik heb ruimte nodig om dat op te ruimen.

Dit jaar startte die vakantie met de verjaardag van mijn moeder. De eerste keer dat ze er niet is. Mijn zomervakantie was met haar heengaan gestart en stond grotendeels in het teken daarvan. Even word ik eraan herinnerd dat ze voor altijd 80 zal zijn. Toeval…

Al even toevallig hebben we een heerlijke familiebijeenkomst gepland op de eerst dag van mijn vakantie. Onze vier “Daltons” met partner, en hun papa. J. kon er door omstandigheden niet bij zijn, maar in ons hart was hij er wel. Ik heb waarlijk genoten van de voorbereidingen, van het samenzijn, het eten, het bijpraten, het spannende kaartspel. Tot laat in de nacht zelfs.

En dan is het plots zondag. Tijd voor rust, maar ook voor introspectie. De innerlijke herberg opruimen. Ik ervaar namelijk de “rust” als “rusteloos”. Het toeval draait blijkbaar overuren, want het reikt mij een viedo aan van Kyle Cease, dat licht werpt op de worstelingen van de afgelopen tijd. The “What do I do now?” lie. Het is de opname van een gesprek met heel wat boeiende elementen, de moeite waard om te bekijken.

Eén beeld blijft me in het bijzonder bij: het restaurant versus de wandeling in het park. In het gesprek reikt KC de gedachte aan dat we de neiging hebben om ons af te vragen wat we moeten kiezen, terwijl we helemaal niet in het restaurant zijn noch een menukaart in handen hebben. We besteden tijd en energie aan de vraag wat we zullen kiezen of doen, terwijl dat op dat moment niet aan de orde is.

Voor mij is dat heel herkenbaar. Ik heb de neiging om te willen “doen” op momenten dat het niet aan de orde is. Het kwam de voorbije weken meer dan eens op tafel met mijn jongste dochter. “Ik wil gewoon vertellen, ik vraag je niet om een oplossing”, herhaalde ze een paar keer. Een uitdaging voor mij.

Ik schiet heel snel in “doen”, “oplossingen bedenken”. In mijn hoofd zit ik vaak in een restaurant met een menukaart. Wat zal ik kiezen: soep of slaatje? Terwijl ik eigenlijk in het park ben en door het leven zou kunnen wandelen. Omgekeerd zit ik ook vaak in een restaurant met een kaart, zonder te kunnen kiezen tussen soep of slaatje. Ik doe alsof ik in het park ben en niet te kiezen heb.

De gedachtegang werpt licht op mijn rommelige herberg, alsof plots de zon van achter de wolken schijnt, speelt met de dwarrelende stofdeeltjes en de gordijnen geruisloos voor het raam laat wapperen. Ik beslis om de rommel vanuit dit inzicht te sorteren.

Innerlijk maak ik drie stapels:

  • eentje van situaties waarbij ik mij in het restaurant voelde en die echt situaties in het restaurant waren;
  • eentje van situaties waarbij ik mij in het park voelde en die echt situaties in het park waren;
  • en een laatste stapel waar ik het park en het restaurant door elkaar haalde.

Het doet mij deugd om vast te stellen dat er drie stapels zijn. Ook al pas ik het beeld achteraf toe, ik heb wel vaker intuitief het restaurant en het park als dusdanig ervaren. Mijn gevoel en gedrag waren dan in lijn met wat zich aandiende. Dat is al een hele opruiming.

De laatste stapel bevat weliswaar twee soorten situaties: soms voel ik mij in het restaurant als ik in het park loop te wandelen, en soms voel ik mij in het park terwijl ik eigenlijk tussen soep en slaatje zou moeten kiezen. Het zijn die situaties die echt voor rommel zorgen in mijn herberg. Daarnaar kijken met mededogen zou wel eens finaal voor een opgeruimd ( 🙂 ) gevoel kunnen zorgen.

Park en restaurant door elkaar halen

Ondanks het feit dat de twee stapels waarin ik restaurant en park door elkaar haalde, elkaars tegenpolen zijn, toch ontdek ik een gelijkenis: het zijn stuk voor stuk situaties waarin ik weerstand voelde. Weerstand tegen hetgeen zich aandiende. Ik vocht tegen het weer en de seizoenen in het park, en verzette mij tegen de keuze tussen soep en sla in het restaurant. Dit verzet kan nooit leiden tot de best mogelijke uitkomst, zie ik nu.

Het park benaderen als een restaurant

Vechten tegen het weer en de seizoenen is vechten tegen windmolens. Het leven ontvouwt zich zoals het zich ontvouwt, je mag daar zoveel aan trekken en sleuren als je wil, het gaat onverstoorbaar zijn gangetje. Je wordt alleen maar moe, gefrustreerd, ontgoocheld,…

Als je op een koude decemberdag het park intrekt, zal het koud zijn. Misschien zal een zonnestraal je verrassen, een windvlaag aan je sjaal trekken, een regenbui je schoenen nat maken. Dat kan allemaal. Maar je kunt dat niet veranderen. Je kunt er alleen voor kiezen om binnen een warme kop chocolademelk te drinken voor, na of in plaats van die wandeling. Je kunt het weer en de seizoenen niet kiezen. Die gebeuren. Voor jou.

Het restaurant benaderen als een park

Met een menukaart in de hand wachten tot de soep of het slaatje jou te beurt valt, is een gemiste kans. Akkoord, de toevallige keuze van de ober of kok zal bij jou misschien in de smaak vallen, maar kan evengoed dik tegenvallen.

Door niet te kiezen, creëer je voor jezelf een situatie zoals in het park, waar je overgeleverd bent aan hetgeen voor je neus op je bord komt te liggen zoals je overgeleverd zou zijn aan de seizoenen.

Het wijze onderscheid

Wijsheid wordt wel eens omschreven als het onderscheid kunnen maken tussen datgene wat je kunt veranderen en datgene wat je niet kunt veranderen. In het eerste geval de moed hebben om te doen wat nodig is, en in het tweede de sereniteit om de situatie te accepteren zoals ze is.

Het onderscheid maken tussen een restaurant en een park, de moed hebben om te kiezen tussen soep en slaatje en de sereniteit om te wandelen in het park, wat ook de weerstomstandigheden zijn.

Het is niet de bedoeling om sereen te accepteren dat er soep of sla op het menu staat, noch om moedig te kiezen tussen zon en wolken.

Puzzel

Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat elk gegeven in mijn leven in wezen een puzzel is met stukjes park en stukjes restaurant. Puzzels die soepel in elkaar vallen, zijn diegene waar ik parkstukjes en restaurantstukjes elk benader vanuit de uitdaging die ze mij werkelijk voorschotelen. Puzzels die rommelig door elkaar blijven liggen, zijn diegene waar ik parkstukjes als restaurantstukjes benader en restaurantstukjes als parkstukjes.

De weerstand tegen park en restaurant komt uit dezelfde bron: mezelf. Waarom denk ik dat ik iets moet ondernemen in situaties die zich eenvoudigweg aandienen zoals ze zijn? Waarom wil ik daar controle over krijgen? En ook: waarom laat ik het na om te kiezen in situaties die mij die ruimte geven? Waarom ben ik dan niet op het appel?

Oude wonden spelen op, waarin vergif verscholen ligt. Overgeleverd zijn aan een situatie die je het recht lijkt te ontnemen gewoonweg te zijn wie je bent, verleidt tot misplaatste drang naar controle. En het recht om gewoonweg te zijn wie je bent, is het fundament waarop je stevig moet kunnen staan om te voelen dat je mag en kan kiezen. Het vergif maakt dat je controle zoekt over situaties die er per definitie aan ontsnappen. En ook dat je nalaat om te kiezen zolang je niet volledig je geboorterecht omarmt om te zijn wie je bent.

Eens te meer ligt de oplossing van de puzzel in zelfliefde, toch?

Voor de Jahrwende en het nieuwe jaar wens ik je zalige wandelingen in het park en volmondige keuzes voor soep of sla als je in het restaurant bent.

Van harte,

MH

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: